|
Het was de vraag die ik mezelf stelde direct na afloop van de wedstrijd Actief 1 tegen het eerste team van Beukema. Ruim een week voor de wedstrijd had ik mijn teamleden bedreigd met een schriftelijke afstraffing in het verslag dat u nu leest. Dit als gevolg van enkele kwetsende verslagen van Jos' kant door welke ik nog steeds elke avond huilend naar bed ga. Ik heb gewikt en gewogen, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen. Noem me een doetje, noem me een watje. Uiteraard staat dit sentimentele verslag in direct verband met ons laatste seizoen samen bij Actief, anders had ik het natuurlijk nooit gedaan. Al in Jos' eerste partijen had ik overigens genoeg inspiratie om Jos geweldig terug te pakken. Denkt u aan een batje dat in frustratie te lucht ging als gevolg van Heinz Günthers vreemde opslagen, de gênante missers met Jos' forehand-topspin in de dubbel en de trage ballen die door onverklaarbare effecten onderin het net belandden.

Aan de start verschenen Jos Meerman, Thijs Groenevelt en Gerard Smit: een gelegenheidstrio. Arthur en ik hadden goede redenen om niet mee te kunnen doen aan de zijde van Jos: het zoveeljaargetrouwd zijn van Arthur met zijn vrouw Lies werd met een etentje gevierd en ikzelf was het onfortuinlijke slachtoffer van een gescheurde enkelband als gevolg van een te fanatieke pot zaalvoetbal na de afgelopen donderdagtraining. Het gaf mij wel de gelegenheid om vanaf de bank met de poot omhoog in alle rust te kijken naar de wedstrijden. Aan de zijde van Beukema streden onze Hoogezandse vrienden Jos van der Tuuk, Heinz Günther en Henk Mulder. Het werd 7-3 voor Actief 1: Jos en Thijs wonnen drie partijen en Gerard één partij.
Ik had het over bewondering voor Jos. Het moet er maar uit. Echt waar? Denk het wel. Het was in de laatste game van Jos' afsluitende partij - en tevens de allerlaatste van de avond - tegen de sympathieke Jos van der Tuuk waar ik die bewondering voelde opkomen, die ik toch wel graag met u wil delen. Het stond 2-2 in games en een spannende vijfde game moest worden gespeeld. Jos nam een voorsprong en kwam op 4-2, om deze niet veel later kwijt te raken en te wisselen van kant met een 4-5 achterstand. Ik nam de tijd om even rustig naar het tafereel te kijken. Het schouwspel ontroerde me. Ik dacht terug aan het drama in Roden, waar Jos misschien wel zijn slechtste optreden ooit heeft vertoond en nogal moedeloos met mij terugreed naar Groningen. Nu stond hier op 5 april 2011 in een gymzaal in Eelde een tot op het bot geconcentreerde Jos. Hij gaf me halverwege, zonder woorden, dan ook garantie dat hij de partij hoe dan ook zou winnen. Sterk waren de punten die volgden op de wissel van kant: de bekende service kort gevolgd door snel omlopen om de bal met de forehand winnend in te slaan. Zelfs na enkele mooie punten van Van der Tuuk ging dit niet ten koste van de focus en het batje van Jos bleef opvallend in zijn hand gelegen. 'Onze' Jos won van Van der Tuuk. Nu nog één wedstrijd te gaan en dan hangt Jos het batje aan de wilgen. Een badmintoncarrière lonkt, een nieuw avontuur, en ik genoot van een sportman in hart en nieren.
Elders, maar in de tafeltennissport, zoek ikzelf ook een nieuwe uitdaging als competitiespeler. En gelukkig blijft er nog een speciaal iemand behouden voor dit bijzondere, maar aantrekkelijke spel. Ik heb het natuurlijk over Arthur van Dorst, het onmiskenbare boegbeeld van het Eelder tafeltennis. Ik herinner me dat ik, als zestienjarige opdonder, voor het eerst meedeed aan de clubkampioenschappen voor senioren, en ik mocht in de eerste ronde tegen Arthur. De beroemde forehand-loop van Arthur stuurde mij van hoek naar hoek en ik zal in totaal een paar punten bij elkaar hebben gesprokkeld. De rust om met de backhand de rally proberen te sturen om dan met een geweldige kracht de forehand te spinnen en daarmee dikwijls de rally te besluiten fascineerde. En dat alles nu nog steeds met zijn inmiddels 62 jaar. Het is mede door het voorbeeld wat ik in Arthur zag en nog steeds zie dat ik op jonge leeftijd een enorme interesse in de tafeltennissport heb gekregen. Ik heb het moeten opzoeken, maar Jos, Arthur en ik zijn nu voor het elfde seizoen, een dikke vijf jaar al met al, tot elkaar veroordeeld. Het zijn echt vijf ontzettend leuke jaren geweest.
Gauw terug naar aardse taferelen. De hele avond werd namelijk nog van extra sier voorzien. Mijn jongere broertje - totaal niet zichtbaar in lengte, overigens - Thijs won met heel sterk spel van alle drie de spelers. Ik weet nog dat ik eens suggereerde dat Thijs eens moest kijken bij tafeltennis. Al vele jaren is Thijs nu clubkampioen bij de jeugd en dat op zijn eigen en vaak wel raar overkomende, maar bijzonder effectieve manier van spelen. Ontzettend knap. Gerard Smit mag in dit verslag tenslotte niet ontbreken. Hij verving mij deze avond en wist in een knappe partij te winnen van Heinz Günther. Door mijn blessure heb ik ruim de tijd gehad om rustig te kunnen kijken naar zijn partijen, en wat mij maar bleef boeien was die glimlach vóór en na de wedstrijd en tussen gewonnen en ook verloren punten door. Het kan niet anders dan dat hij zonder druk vrijuit speelde en genoot van de lekker inspannende partijen. Er was een chemie zogezegd - de sport eigen, die ook nog eens werd bevestigd toen Heinz vriendelijk lachend met zijn handen door Gerards haar woelde bij het wisselen van kant na de tweede game. Mooi toch.
|